De belangrijkste conclusie is dat het aandeel van de gezinsbedrijven in de binnenvaart onveranderd groot zal blijven. De gezinsvaart kent twee bedrijfsvisies: De behoudende, waarbij de continuïteit van het bedrijf centraal staat, en de ambitieuze, die zich richt op uitbreiding en vernieuwing. De eerste visie zien we met name bij man-vrouwbedrijven, de tweede vooral bij gezinsbedrijven met personeel. De verwachting is dat over tien jaar de helft van de gezinsbedrijven uit man-vrouwbedrijven bestaat en de andere helft gezinsbedrijven met personeel zijn. Beide visies spelen een belangrijke rol in het voortbestaan van het gezinsbedrijf en waarborgt een evenwichtige ontwikkeling van de sector. Het begrip behoudend in dit verband zegt overigens niets over de staat van het schip, ook hier vinden we modern materieel.
Aanbevelingen uit het rapport:
* Prioriteit geven aan het onderhoud van de vaarwegen. Geconstateerd is dat er voldoende betrokkenheid, inzet en verknochtheid aan het varen aanwezig zijn voor succesvolle exploitatie van binnenvaartbedrijven. Noodzakelijke voorwaarde is dat de vaarwegen, met name de kleine vaarwegen waar hoofdzakelijk het man-vrouwbedrijf actief is, goed onderhouden worden. Voorzieningen rondom de kunstwerken in de grote vaarwegen moeten aangepast worden aan de grotere schepen.
* Gezinsbedrijven hebben behoefte aan informatie en adviezen om het bedrijf te managen en aan een klankbord voor het bespreken van financiële en zakelijke aangelegenheden. Deze rol wordt voor een groot deel vervuld door het administratiekantoor, door de familieleden of door een vertrouwenspersoon. Hier ligt een evenwel taak voor de brancheorganisaties. Er is behoefte aan algemene informatie voor starters, informatie over personeelsbeleid en aan op maat gesneden advies voor individuele ondernemers. Met name man-vrouwbedrijven hebben minder mogelijkheden brede ervaring en deskundigheid op te doen.
* Het blijkt dat veel mensen het samenwerken met personeel moeilijk vinden en het opleiden van personeel niet erg belangrijk. Het is een taak van de brancheorganisaties uit te dragen dat opleiden van personeel een vak is waar veel tijd en energie aan moet worden besteed. Opleiden en samenwerken met personeel zijn noodzakelijk voor de continuïteit van het gezinsbedrijf. Bovendien maakt een positieve houding ten opzichte van personeel het werken in de binnenvaart aantrekkelijker.
* De taakverdeling in de gezinsbedrijven is vrij traditioneel. De meerderheid van de vrouwen is niet in bezit van belangrijke vaardocumenten als het Rijnschippers- en het radarpatent. Voor het voortbestaan van het gezinsbedrijf zou het wenselijk zijn als de vrouw, die vaak mede-eigenaar van het bedrijf is, eigen kennis en kunde toevoegt. Als zij daadwerkelijk als schipper gaat fungeren, komt ze ook eerder in contact met (vrouwelijke) collega’s en zal het isolement, waarin een deel van de vrouwen nu verkeert, verminderen. De fysieke arbeid aan boord wordt steeds minder en door de instroom van vrouwelijke matrozen en stuurlieden zou het personeelstekort enigszins worden verlicht. Er moet worden gezocht naar maatregelen die enerzijds de vakbekwaamheid en de kunde van vrouwen bevorderen die werkzaam zijn in de bedrijfstak en anderzijds de instroom van vrouwelijke personeelsleden stimuleren.
* De brancheorganisaties moeten meedenken in oplossingen voor schoolgaande kinderen. In de toekomst zullen, ongeacht de mate van subsidie voor de internaten, meer gezinnen een andere oplossing kiezen. Die ontwikkeling zal versneld plaatsvinden als de subsidie op korte termijn drastisch verminderd wordt. De verwachting is dat gezinnen met schoolgaande kinderen vaker kiezen voor bedrijfsvormen met personeel en er dus ook vaker (tijdelijk) een ambitieuze bedrijfsvisie op nahouden. De meest gekozen oplossing zal zijn dat de vrouw de kinderen aan de wal opvoedt en verzorgt. Andere mogelijkheden zijn een combinatie van meerdere gezinnen in een gezamenlijk leefgroephuis waar altijd een aantal ouders en verzorgend personeel aanwezig zijn. Op die manier is de invloed en betrokkenheid bij de kinderen groter dan die nu is. In enkele gevallen zullen ouders, voortbouwend op het onderwijs aan varende kleuters, er voor kiezen hun kinderen zelf les te geven met hulp van bijvoorbeeld de Wereldschool.
* Uit het onderzoek blijkt dat een behoorlijk aantal ondernemers het bedrijf wil beëindigen, maar dat niet kan door de waardevermindering van schepen en het stilvallen van de markt voor oudere schepen. Op basis van de verrichte schriftelijke enquête kan een schatting gemaakt worden van het aantal bedrijven waarvoor dit geldt en kan ook aangegeven worden in welke segmenten zij zich bevinden. De brancheorganisaties zullen zich gezamenlijk in moeten zetten voor een oplossing, waarbij uitgangspunt blijft dat de verscheidenheid aan gezinsbedrijven en scheepstypen blijft voortbestaan.
* Oplossen van het grote tekort aan afmeervoorzieningen en auto-afzetplaatsen. Overheidsinstanties moeten begrijpen dat die voorzieningen niet alleen noodzakelijk zijn voor gezinnen die aan boord wonen, maar ook voor bedrijven in de systeemvaart waarvan de bemanningen regelmatig afgelost moeten worden. Er is in de binnenvaart voldoende gedetailleerde informatie over mogelijke locaties beschikbaar. Het grootste tekort doet zich voor op de Rijn in Duitsland.
Het volledige rapport kunt u downloaden via deze link. Het is een pdf-bestand van circa 1,8 mb. U kunt het rapport in gedrukte versie via ons verkrijgen en tegen betaling van de verzendkosten sturen wij het toe.
| © Kantoor Binnenvaart 2008 |